GModG: de 70 kW-grens, onderbouwd met echte data.
In juli 2026 is het Gebäudeenergiegesetz herschreven en hernoemd tot Gebäudemodernisierungsgesetz. Voor commerciële portefeuilles is § 56 de belangrijkste wijziging: de drempel voor gebouwautomatisering daalt van 290 kW naar 70 kW, met 31 december 2029 als deadline. Rhino levert de controleerbare verbruiksdata waar die verplichting op draait.
Voor wie de 70 kW-regel geldt.
§ 56 GModG geldt sinds 29 juli 2026. De regel raakt nieuwbouw en bestaande bouw gelijk, en de nieuwe drempel trekt een groot deel van de Duitse commerciële voorraad die eerder buiten schot bleef alsnog binnen.
Kantoorgebouwen
Bij 70 kW raakt de regel niet langer alleen grote hoofdkantoren. Middelgrote kantoren, single-tenant panden en oudere voorraad met overgedimensioneerde installaties vallen er nu net zo goed onder.
Logistiek en industrie
Magazijnen, distributiecentra en productielocaties. Grootschalige objecten gingen sowieso snel over 290 kW, maar bij 70 kW komen ook licht verwarmde logistieke ruimte en de neveninstallaties van koelhuizen erbij.
Retail, hospitality en zorg
Winkelcentra, supermarkten, hotels en klinieken. Woongebouwen blijven buiten § 56, al raken de label- en verwarmingsregels elders in het GModG ze wel degelijk.
Onderwijs en overheid
Scholen, universiteiten en overheidsgebouwen. Voor de overheid komt er een tweede deadline bij: nieuwe niet-residentiële gebouwen in publiek eigendom die door een overheidsinstantie worden gebruikt, moeten vanaf januari 2028 emissievrij zijn.
Wat het GModG van commercieel vastgoed vraagt.
Vier verplichtingen doen ertoe voor niet-residentiële portefeuilles. De eerste, gebouwautomatisering, draait om continue verbruiksdata en heeft de dichtstbijzijnde deadline.
Gebouwautomatisering (§ 56)
Niet-residentiële gebouwen met een installatievermogen boven 70 kW moeten vóór 31 december 2029 een gebouwautomatiserings- en regelsysteem hebben. Dat moet verbruik continu meten, vastleggen en analyseren, en de data via een open interface ontsluiten. Verderop in detail.
Energielabels vanaf 2027
Vanaf 1 januari 2027 krijgen niet-residentiële gebouwen een eigen schaal van A tot G, en bij verkoop of verhuur wordt alleen nog het berekende label op basis van een energetische balans geaccepteerd. Labels moeten digitaal en machineleesbaar worden afgegeven. Woningen houden A+ tot H.
Minimumeisen (§§ 40 en 41)
Bestaande niet-residentiële gebouwen mogen vanaf 2030 niet boven 3,5 keer het referentiegebouw uitkomen, en vanaf 2033 niet boven 2,95 keer. In de praktijk verdwijnt daarmee label G in 2030 en label F in 2033, met ruime uitzonderingen voor nieuwere en duurzaam verwarmde voorraad.
Verwarming en emissievrije nieuwbouw
De 65 procent-eis voor duurzame warmte en de gebruiksverboden voor oude ketels zijn vervallen. Nieuw geplaatste fossiele verwarming krijgt in plaats daarvan vanaf 2029 een oplopend minimumaandeel klimaatneutrale brandstoffen. Vanaf 2030 moet alle nieuwbouw emissievrij zijn.
De regel voor gebouwautomatisering, in detail.
§ 56 vervangt § 71a van het oude GEG en is de Duitse tegenhanger van de Nederlandse GACS-verplichting, allebei uit hetzelfde EPBD-artikel. Hij benoemt zes dingen die een gebouwautomatiserings- en regelsysteem moet kunnen.
Elke hoofdenergiedrager meten
Continu monitoren, vastleggen en analyseren van het verbruik van alle hoofdenergiedragers en alle gebouwgebonden installaties, plus de mogelijkheid dat verbruik bij te sturen. Geen periodieke audit, maar een doorlopende registratie. Alleen warmte volstaat niet.
Data via een open interface
De data moet bereikbaar zijn via een gangbare, vrij configureerbare interface, zodat analyses onafhankelijk van welk bedrijf of merk dan ook kunnen worden uitgevoerd. Een gesloten systeem dat zijn eigen data niet kan exporteren, voldoet niet.
Benchmarken, verliezen signaleren, adviseren
Het systeem moet referentiewaarden voor de energieprestatie vaststellen, efficiëntieverliezen in de installaties opsporen, de beheerder informeren over mogelijke verbeteringen en de binnenluchtkwaliteit bewaken. Dat laatste is nieuw onder § 56.
Rhino levert de data waar § 56 op draait.
Een gebouwautomatiseringssysteem heeft een volledige, doorlopende en merkonafhankelijke registratie van het energieverbruik nodig. Dat is precies wat Rhino produceert, over alle utiliteiten en elke meter.
Alle hoofdenergiedragers, niet alleen warmte
§ 56 vraagt om verbruik over elke hoofdenergiedrager. Rhino verzamelt elektriciteit, gas, water en warmte op meterniveau, elke 15 minuten geactualiseerd. Meters worden gekoppeld aan installaties, zones en verdiepingen, zodat het verbruik uitsplitst zoals de regel verwacht.
Een open interface, standaard
De gangbare, vrij configureerbare interface die § 56 eist, is bij Rhino geen toevoeging achteraf. Alle gemeten data is bereikbaar via de Utility Data API en exporteerbaar naar CSV, zodat je analyse nooit vastzit aan één leverancier.
Efficiëntieverliezen signaleren met alarmen
De alarmen van Rhino signaleren verbruik dat afwijkt van het verwachte patroon en waarschuwen de beheerder per e-mail of in het platform. Afwijkingen worden met tijdstempel vastgelegd. Dat maakt van "efficiëntieverliezen opsporen" iets dat je ook kunt aantonen.
Referentiewaarden en periodieke rapportages
Rhino maakt automatische rapportages volgens een schema dat jij bepaalt, met verbruik per energiedrager, vergelijkingen tussen perioden en efficiëntietrends. Dezelfde data draagt de referentiewaarden uit § 56 en het energielabel.
De historie die § 41 straks van je vraagt
Vanaf 2030 kan de bevoegde deelstaatautoriteit bewijs opvragen dat een gebouw aan de minimumeis voldoet. Alle gemeten data staat gedurende je abonnement zonder bewaarlimiet in de Rhino-cloud, dus het bewijs ligt er al en hoeft niet uit facturen te worden gereconstrueerd.
GModG-compliance, beantwoord.
De drempel is verschoven. Je data hoort mee te schuiven.
Heeft je niet-residentiële gebouw in Duitsland een installatievermogen boven 70 kW, dan geldt § 56 al en is 31 december 2029 de deadline. Rhino sluit aan op je bestaande meters en levert de doorlopende, merkonafhankelijke verbruiksdata waar de regel op draait.