Elk gebouw.
Drie routes naar binnen.
Rhino haalt data uit je meters op drie manieren: via Rhino-hardware waar meters geen digitale uitgang hebben, via API's van utiliteitsleveranciers waar al slimme meters aanwezig zijn, en via infrastructuur van derden die al op locatie is. Dat omvat je submeters, niet alleen de hoofdmeters van het gebouw. Lage CAPEX bij alle drie. Live in dagen.
Drie bronnen. Eén datalake.
Elke route eindigt op dezelfde plek: de Rhino Cloud. Van daaruit stroomt live data naar je dashboard, je rapporten en je API.
















om te ontdekken



.png)







om te ontdekken














om te ontdekken





om te ontdekken
Verbonden meters.
Live data.
Elke meter die je verbindt voedt realtime data in het Rhino-platform. Softwareroute of hardwareroute, de data komt op dezelfde plek terecht: één dashboard dat je gehele portefeuille dekt.
Databronnen, uitgelegd.
Nee. Rhino sluit aan op je bestaande meters en gebouwinfrastructuur. Waar al slimme meters aanwezig zijn, is de verbinding puur software, geen hardware, geen aannemers, geen downtime. Waar meters een fysieke uitlezer nodig hebben, installeert Rhino zijn eigen apparaat. In beide gevallen wordt niets verwijderd of vervangen. De meeste gebouwen zijn binnen enkele dagen na de start live.
Rhino Hardware sluit met Rhino's eigen apparaten direct aan op meters op locatie, en dekt protocollen en metertypes zonder externe API. Utiliteitsconnectoren halen data cloud-naar-cloud uit het utiliteits- of slimme-meternetwerk, zonder enige fysieke hardware in het gebouw. Infrastructuur van derden integreert met bestaande gebouwsystemen: BMS-platformen, IoT-gateways of reeds geïnstalleerde monitoringhardware; Rhino leest uit wat er is in plaats van het te vervangen.
De meeste portefeuilles gebruiken meer dan één route over verschillende locaties. Het platform behandelt alle drie gelijk: hetzelfde dashboard, dezelfde dataresolutie, dezelfde rapportage.
Het hangt af van wat al aanwezig is. Waar je utiliteitsleverancier een slimme-meter-API biedt, gebruikt Rhino die. Waar je een BMS of bestaande monitoringhardware hebt, verbindt Rhino daarmee. Waar geen van beide van toepassing is, installeert Rhino zijn eigen hardware. De meeste portefeuilles gebruiken uiteindelijk een combinatie over verschillende locaties. Rhino's team bepaalt tijdens de onboarding de juiste route voor elk gebouw, zodat je dit niet vooraf hoeft uit te zoeken.
Rhino dekt alle utiliteiten: elektriciteit, gas, water en warmte, inclusief submeters. De hardware ondersteunt een breed scala aan meterprotocollen en fabrikanten. Rhino is actief in meer dan 40 landen, dus de lijst met ondersteunde meters weerspiegelt de volledige verscheidenheid aan Europese en internationale infrastructuur. Heb je een specifiek metertype in gedachten, dan kan het team de compatibiliteit bevestigen tijdens het scopinggesprek.
Gebouwen die via software zijn verbonden zijn doorgaans binnen enkele dagen na het opzetten van de verbinding live. Hardware-installaties duren iets langer, afhankelijk van de toegang tot de locatie en het aantal apparaten, maar de meeste locaties zijn binnen één tot twee weken online. Het platform toont data zodra elke meter verbindt; je hoeft niet te wachten tot de volledige portefeuille klaar is voordat je uitlezingen ziet.
Ja. Rhino biedt een Utility Data API die alle verzamelde meterdata beschikbaar maakt voor extern gebruik: ESG-platformen, vastgoedbeheersystemen, energieadviseurs of maatwerkrapportage. De API dekt alle utiliteiten en alle submeterdata op volledige resolutie. Bekijk de Utility Data API-pagina voor meer detail.
Klaar om je portefeuille te verbinden?
Vertel ons over je meters en je infrastructuur. We brengen in kaart welke verbindingsroute past en zorgen dat je snel live bent.