Elke meter uitgelezen.
Zonder dat iemand langsgaat.
Rhino automatiseert de hele keten: de meter bereiken, meetwaarden ophalen, valideren en afleveren waar je team werkt. Elektriciteit, gas, water en warmte, inclusief submeters, elke 15 minuten. Rhino bouwt zowel de hardware als het platform dat dit doet.
Automatisering van utiliteitsdata, uitgelegd.
Automatisering van utiliteitsdata is het ophalen van meetwaarden zonder handmatige tussenkomst: geen locatiebezoeken, geen portals waarop iemand moet inloggen, geen invoer in spreadsheets. Per meter wordt eenmalig een koppeling gelegd, en vanaf dat moment komen de meetwaarden op een vast interval binnen. In commercieel vastgoed gaat het om elektriciteit, gas, water en warmte, inclusief de submeters die verbruik meten per huurder, verdieping en groep.
Het woord dat telt is automatisering, niet monitoring. Monitoring gaat over wat je met data doet zodra je die hebt. Automatisering gaat over hoe die data er komt, en dat is het deel dat misgaat. Een portefeuille kan een dashboard hebben en tegelijk draaien op kwartaalstanden die iemand met de hand heeft ingetypt.
Opgehaald, niet opgevraagd
Niemand mailt een vastgoedbeheerder om een meterstand. De meter wordt eenmalig gekoppeld en levert daarna op zijn eigen schema aan, of er nu iemand meekijkt of niet.
Gevalideerd voordat het binnenkomt
Ontbrekende intervallen, stilstaande meters en onmogelijke sprongen worden bij binnenkomst opgemerkt. Wat je rapportage bereikt is al gecontroleerd, dus een gat komt naar boven als melding en niet als verkeerd getal.
Eén formaat, elke bron
Een API van een Nederlandse netbeheerder, een Modbus-submeter in Warschau en een BMS in Frankfurt komen in dezelfde vorm binnen, met dezelfde tijdstempels en dezelfde eenheden. De verschillen blijven in het gebouw en zitten niet in je data.
Handmatig verzamelen is nog altijd de norm.
In de meeste portefeuilles komt utiliteitsdata binnen omdat iemand daarvoor heeft gezorgd. Iemand loopt met een telefoon langs de meterkast. Iemand logt in op vier leveranciersportals en downloadt vier verschillende CSV-indelingen. Iemand mailt een huurder om een stand en wacht af. Iemand typt het allemaal over in een werkblad dat één analist begrijpt.
Dat proces valt niet hard om. Er komt elk kwartaal een getal uit, dus het lijkt te werken. Wat er in werkelijkheid uit komt is een cijfer dat niemand terug kan voeren op een meter, dat te laat binnen is om er nog iets mee te doen, met schattingen die stilletjes de gebouwen invullen die zijn overgeslagen. Automatisering haalt de mens uit de keten, en dat is wat het cijfer verdedigbaar maakt.
Bekijk wat het platform met de data doetDrie manieren naar binnen. Wat het gebouw ook heeft.
Automatisering telt pas als die elk gebouw bereikt, ook de oude. Rhino koppelt op drie manieren en de meeste portefeuilles gebruiken er meer dan één. Er wordt niets uitgesloopt, dus de investeringsvraag blokkeert de datavraag niet.
Rhino-hardware
Voor meters zonder digitale uitgang. Eén access point per gebouw, expansion devices op puls, Modbus, RS485, RS232 en draadloze M-Bus. Rhino ontwerpt en bouwt deze apparaten zelf, en daarom is een ongebruikelijke meter een configuratieklus en geen doodlopende weg.
Bekijk de hardwareUtiliteitsconnectoren
Waar een slimme meter al aanlevert aan een netbeheerder of meetbedrijf, haalt Rhino de data op via een gecertificeerde API, cloud naar cloud. Geen hardware, geen locatiebezoek, geen installatiemoment dat je met een huurder moet afstemmen.
Bekijk aangesloten providersInfrastructuur van derden
Waar al een BMS, IoT-gateway of submeetsysteem hangt dat de meters al uitleest, neemt Rhino de data daarvandaan over. De apparatuur blijft staan. De handmatige exportstap verdwijnt.
Bekijk ondersteunde systemenWat automatisering echt oplevert.
Zodra een meter gekoppeld is, lopen er vier stappen continu door. Geen daarvan heeft een mens nodig, en alle vier moeten kloppen wil het getal aan het eind iets waard zijn.
Eenmalig koppelen
De meter wordt bereikt via de route die het gebouw toelaat: Rhino-hardware, een API van een provider, of een systeem dat er al hangt. Dit is de enige stap met een installatiedatum eraan.
Ophalen op interval
Meetwaarden komen elke 15 minuten binnen, per meter en per submeter, voor elektriciteit, gas, water en warmte. Het schema hangt er niet van af of iemand eraan denkt.
Valideren en standaardiseren
Gaten, stilstand en onmogelijke standen worden bij binnenkomst gemarkeerd. Eenheden, tijdstempels en meteridentiteiten worden gelijkgetrokken, zodat gebouwen in verschillende landen in hetzelfde totaal passen.
Afleveren waar je werkt
In het Rhino-platform, of rechtstreeks via de API naar het ESG-, rapportage- of vastgoedbeheersysteem dat je team al gebruikt. De data hoeft niet te blijven waar die is opgehaald.
Rhino bouwt de laag waar anderen op bouwen.
Automatisering van utiliteitsdata is een keten, en Rhino zit op het deel dat het dichtst bij de meter ligt. Rhino ontwerpt en produceert de hardware, houdt de gecertificeerde koppelingen met netbeheerders en meetbedrijven, en draait het platform waar de meetwaarden in landen. ESG-platforms, huurdersapps, vastgoedbeheersystemen en energieadviseurs door heel Europa halen hun data via die laag op, sommige onder hun eigen merk.
Dat maakt verschil zodra een gebouw niet meewerkt. Een ongebruikelijke meter, een protocol dat niemand heeft gedocumenteerd, een provider die nog niet is aangesloten: dat worden technische vragen met een route naar een antwoord, in plaats van een grens die je van een leverancier overneemt. Rhino heeft die route in meer dan 40 landen gelopen.
Meer over RhinoAutomatisering van utiliteitsdata, beantwoord.
Stop met het handmatig verzamelen.
Vertel ons hoeveel gebouwen je hebt, in welke landen ze staan en wat er vandaag bemeterd is. We leggen je portefeuille naast de drie koppelroutes en vertellen je wat er nu geautomatiseerd kan worden en waar eerst hardware voor nodig is.