Oplossingen
KostenreductieESG & ComplianceHuurdersfacturatie & betrokkenheidVastgoedbeheerPortefeuillebeheerUtility Data API
Product
Automatisering van utiliteitsdataPlatformElektriciteitsmonitoringWatermonitoringGasmonitoringWarmtemonitoringZonnestroommonitoringDatabronnenHardwareUtiliteitsconnectorenInfrastructuur van derden
Tools
Alle toolsMetercompatibiliteitDekking energieleveranciers
Industrieën
Alle industrieënLogistiekRetailKantoorResidentieelStudentenhuisvestingHospitalityZorgvastgoed
Case studiesBlogPartners
ENPLDE
Demo aanvragen
Automatisering van utiliteitsdata

Elke meter uitgelezen.
Zonder dat iemand langsgaat.

Rhino automatiseert de hele keten: de meter bereiken, meetwaarden ophalen, valideren en afleveren waar je team werkt. Elektriciteit, gas, water en warmte, inclusief submeters, elke 15 minuten. Rhino bouwt zowel de hardware als het platform dat dit doet.

Rhino-platform: geautomatiseerde utiliteitsdata over een portefeuille
Gevalideerde meetwaarden die op een vast interval binnenkomen
Belastingprofiel elektriciteit op 15-minuten-interval
15 min
Ophaalinterval, dat doorloopt zonder dat iemand het start
Alle utiliteiten
Elektriciteit, gas, water en warmte, inclusief submeters
40+ landen
Meters geautomatiseerd in portefeuilles wereldwijd
Nul locatiebezoeken
Zodra een meter gekoppeld is, gaat er niemand meer langs om af te lezen
De definitie

Automatisering van utiliteitsdata, uitgelegd.

Automatisering van utiliteitsdata is het ophalen van meetwaarden zonder handmatige tussenkomst: geen locatiebezoeken, geen portals waarop iemand moet inloggen, geen invoer in spreadsheets. Per meter wordt eenmalig een koppeling gelegd, en vanaf dat moment komen de meetwaarden op een vast interval binnen. In commercieel vastgoed gaat het om elektriciteit, gas, water en warmte, inclusief de submeters die verbruik meten per huurder, verdieping en groep.

Het woord dat telt is automatisering, niet monitoring. Monitoring gaat over wat je met data doet zodra je die hebt. Automatisering gaat over hoe die data er komt, en dat is het deel dat misgaat. Een portefeuille kan een dashboard hebben en tegelijk draaien op kwartaalstanden die iemand met de hand heeft ingetypt.

Opgehaald, niet opgevraagd

Niemand mailt een vastgoedbeheerder om een meterstand. De meter wordt eenmalig gekoppeld en levert daarna op zijn eigen schema aan, of er nu iemand meekijkt of niet.

Gevalideerd voordat het binnenkomt

Ontbrekende intervallen, stilstaande meters en onmogelijke sprongen worden bij binnenkomst opgemerkt. Wat je rapportage bereikt is al gecontroleerd, dus een gat komt naar boven als melding en niet als verkeerd getal.

Eén formaat, elke bron

Een API van een Nederlandse netbeheerder, een Modbus-submeter in Warschau en een BMS in Frankfurt komen in dezelfde vorm binnen, met dezelfde tijdstempels en dezelfde eenheden. De verschillen blijven in het gebouw en zitten niet in je data.

Wat het vervangt

Handmatig verzamelen is nog altijd de norm.

In de meeste portefeuilles komt utiliteitsdata binnen omdat iemand daarvoor heeft gezorgd. Iemand loopt met een telefoon langs de meterkast. Iemand logt in op vier leveranciersportals en downloadt vier verschillende CSV-indelingen. Iemand mailt een huurder om een stand en wacht af. Iemand typt het allemaal over in een werkblad dat één analist begrijpt.

Dat proces valt niet hard om. Er komt elk kwartaal een getal uit, dus het lijkt te werken. Wat er in werkelijkheid uit komt is een cijfer dat niemand terug kan voeren op een meter, dat te laat binnen is om er nog iets mee te doen, met schattingen die stilletjes de gebouwen invullen die zijn overgeslagen. Automatisering haalt de mens uit de keten, en dat is wat het cijfer verdedigbaar maakt.

Bekijk wat het platform met de data doet
96×
meetwaarden per meter per dag bij een interval van 15 minuten, tegenover één stand per maand bij handmatig aflezen
Herleidbaar
elk cijfer is terug te voeren op de meter en het tijdstempel waar het vandaan komt, en dat is wat een accountant vraagt
Geen schattingen
een gebouw dat niet bereikt wordt is zichtbaar als een gat dat je dicht, niet stilzwijgend meegerekend in het portefeuilletotaal
Hoe het werkt

Drie manieren naar binnen. Wat het gebouw ook heeft.

Automatisering telt pas als die elk gebouw bereikt, ook de oude. Rhino koppelt op drie manieren en de meeste portefeuilles gebruiken er meer dan één. Er wordt niets uitgesloopt, dus de investeringsvraag blokkeert de datavraag niet.

Rhino-hardware

Voor meters zonder digitale uitgang. Eén access point per gebouw, expansion devices op puls, Modbus, RS485, RS232 en draadloze M-Bus. Rhino ontwerpt en bouwt deze apparaten zelf, en daarom is een ongebruikelijke meter een configuratieklus en geen doodlopende weg.

Bekijk de hardware

Utiliteitsconnectoren

Waar een slimme meter al aanlevert aan een netbeheerder of meetbedrijf, haalt Rhino de data op via een gecertificeerde API, cloud naar cloud. Geen hardware, geen locatiebezoek, geen installatiemoment dat je met een huurder moet afstemmen.

Bekijk aangesloten providers

Infrastructuur van derden

Waar al een BMS, IoT-gateway of submeetsysteem hangt dat de meters al uitleest, neemt Rhino de data daarvandaan over. De apparatuur blijft staan. De handmatige exportstap verdwijnt.

Bekijk ondersteunde systemen
Van meter tot rapportage

Wat automatisering echt oplevert.

Zodra een meter gekoppeld is, lopen er vier stappen continu door. Geen daarvan heeft een mens nodig, en alle vier moeten kloppen wil het getal aan het eind iets waard zijn.

1

Eenmalig koppelen

De meter wordt bereikt via de route die het gebouw toelaat: Rhino-hardware, een API van een provider, of een systeem dat er al hangt. Dit is de enige stap met een installatiedatum eraan.

2

Ophalen op interval

Meetwaarden komen elke 15 minuten binnen, per meter en per submeter, voor elektriciteit, gas, water en warmte. Het schema hangt er niet van af of iemand eraan denkt.

3

Valideren en standaardiseren

Gaten, stilstand en onmogelijke standen worden bij binnenkomst gemarkeerd. Eenheden, tijdstempels en meteridentiteiten worden gelijkgetrokken, zodat gebouwen in verschillende landen in hetzelfde totaal passen.

4

Afleveren waar je werkt

In het Rhino-platform, of rechtstreeks via de API naar het ESG-, rapportage- of vastgoedbeheersysteem dat je team al gebruikt. De data hoeft niet te blijven waar die is opgehaald.

Bekijk hoe de API aanlevert
Waar Rhino zit

Rhino bouwt de laag waar anderen op bouwen.

Automatisering van utiliteitsdata is een keten, en Rhino zit op het deel dat het dichtst bij de meter ligt. Rhino ontwerpt en produceert de hardware, houdt de gecertificeerde koppelingen met netbeheerders en meetbedrijven, en draait het platform waar de meetwaarden in landen. ESG-platforms, huurdersapps, vastgoedbeheersystemen en energieadviseurs door heel Europa halen hun data via die laag op, sommige onder hun eigen merk.

Dat maakt verschil zodra een gebouw niet meewerkt. Een ongebruikelijke meter, een protocol dat niemand heeft gedocumenteerd, een provider die nog niet is aangesloten: dat worden technische vragen met een route naar een antwoord, in plaats van een grens die je van een leverancier overneemt. Rhino heeft die route in meer dan 40 landen gelopen.

Meer over Rhino
Eigen
hardware, ontworpen en gebouwd door Rhino, waardoor meterdekking een roadmap-onderwerp is en geen grens van een leverancier
40+
landen met gekoppelde meters, in elke commerciële vastgoedcategorie
White label
partners en resellers draaien Rhino-inwinning onder hun eigen merk, en zo bereikt dezelfde laag portefeuilles die Rhino zelf nooit spreekt
Veelgestelde vragen

Automatisering van utiliteitsdata, beantwoord.

Automatisering van utiliteitsdata is het ophalen van meetwaarden zonder handmatige tussenkomst: geen locatiebezoeken, geen portals waarop iemand moet inloggen, geen invoer in spreadsheets. Per meter wordt eenmalig een koppeling gelegd, en vanaf dat moment komen de meetwaarden op een vast interval binnen. In commercieel vastgoed gaat het om elektriciteit, gas, water en warmte, inclusief submeters per huurder, verdieping en groep. De meetwaarden worden bij binnenkomst gevalideerd en gestandaardiseerd, zodat cijfers uit verschillende landen, van verschillende providers en van verschillende metertypes direct vergelijkbaar en optelbaar zijn.
Monitoring gaat over wat je met data doet zodra je die hebt: grafieken, alarmen, benchmarken. Automatisering gaat over hoe die data er komt. De twee worden vaak samen verkocht, en dat verhult dat een portefeuille een monitoringplatform kan draaien op cijfers die elk kwartaal nog met de hand werden ingetypt. Is de inwinning handmatig, dan erft het dashboard elk gat en elke schatting die eronder zit. Automatisering bepaalt of de rapportage te vertrouwen is.
Meestal niet. Rhino koppelt aan de meters die er al hangen, via drie routes: Rhino-hardware voor meters zonder digitale uitgang, gecertificeerde provider-API's waar een slimme meter al aanlevert aan een netbeheerder of meetbedrijf, en bestaande BMS- of submeetsystemen waar die aanwezig zijn. De meeste portefeuilles komen uit op een combinatie. Omdat de bestaande gebouwinstallaties blijven staan, is de investering om te starten laag en hoeft een gebouw niet te wachten op een bemeteringsproject om zichtbaar te worden.
Ja, en dat is juist de situatie waarin het het meeste oplevert. Elke markt heeft eigen netbeheerders, meetbedrijven, dataformaten en toegangsregels, dus een portefeuille die over landsgrenzen verspreid is, is waar handmatig verzamelen als eerste vastloopt. Rhino houdt de koppelingen met providers per markt en trekt alles bij binnenkomst gelijk, zodat een gebouw in Polen en een gebouw in Nederland in dezelfde eenheden en tegen dezelfde tijdstempels rapporteren. Rhino heeft meters gekoppeld in meer dan 40 landen.
Deze kaders vragen om gemeten data, en het zijn de schattingen die ter discussie komen te staan. Geautomatiseerde inwinning levert een cijfer dat terug te voeren is op een specifieke meter op een specifiek tijdstip, en dat is het bewijs dat een accountant of assessor wil zien. Het dicht ook de dekkingsgaten die schattingen in de eerste plaats afdwingen, omdat een gebouw dat niet bereikt wordt als openstaand punt zichtbaar is in plaats van meegerekend in het totaal. Rhino-data voedt rapportage voor CSRD, GRESB, EPBD, EU Taxonomy en BREEAM, vanuit het platform of via de API in het ESG-systeem dat je al gebruikt.

Stop met het handmatig verzamelen.

Vertel ons hoeveel gebouwen je hebt, in welke landen ze staan en wat er vandaag bemeterd is. We leggen je portefeuille naast de drie koppelroutes en vertellen je wat er nu geautomatiseerd kan worden en waar eerst hardware voor nodig is.

Verder lezen

Van het Rhino- blog.

Alle artikelen