×
AIRE draait de app. Rhino leest de meters.
AIRE geeft elke bewoner een eigen app voor onderhoud, reserveringen en gebouwnieuws, onder de naam van het gebouw zelf. Rhino koppelt de meters in datzelfde gebouw en levert het verbruik per woning via een enkele API aan die app. Bewoners zien hun verbruik terwijl ze er nog iets aan kunnen doen, in plaats van pas bij de afrekening.
Eén app die de bewoner toch al opent. Eén laag die meet.
AIRE is de bewonerslaag. Onderhoudsmeldingen, reserveringen, documenten en gebouwnieuws zitten in een white-label app, en de beheerorganisatie stuurt de gebouwen aan vanuit één systeem. Die app staat al op de telefoon van de bewoner.
Rhino is de meetlaag. Rhino koppelt de meters in het gebouw, over alle utiliteiten en tot op submeterniveau, en rapporteert wat elke woning werkelijk heeft verbruikt. Rhino heeft geen eigen scherm voor de bewoner en wil dat ook niet.
Precies die taakverdeling is de kern van de integratie. Verbruiksdata verandert alleen gedrag als iemand er ook naar kijkt, en daarvoor installeert geen bewoner een tweede app. Dus gaat de data naar de plek waar de aandacht al is.
- Meetwaarden per woning, geen gebouwtotalen. Verbruik wordt herleid tot het appartement, dus een bewoner ziet zijn eigen gebruik en niet een aandeel in het blok.
- Alle utiliteiten. Elektriciteit, gas, water en warmte, inclusief submeters, in kwartierwaarden.
- Koppelt op wat er al hangt. Netbeheerderskoppelingen waar de slimme meter dat toelaat, Rhino-hardware waar dat niet kan. Geen vervangingsprogramma voor meters, lage CAPEX.
- Gevalideerd voordat het zichtbaar wordt. Gaten en afwijkingen worden bij de bron gesignaleerd, zodat een storing in de bemetering een bewoner nooit bereikt als een piek die hij niet kan verklaren.
- Eén dataset voor de hele portefeuille. Dezelfde structuur in elk gebouw, of AIRE daar nu draait of niet.
- De app die bewoners al gebruiken. Onderhoud, reserveringen, pakketten, community en gebouwnieuws, onder de naam van het gebouw en niet die van een leverancier.
- De huurderadministratie. AIRE weet welke bewoner bij welke woning hoort, en dat is wat een meetwaarde verandert in iemands verbruik.
- Toestemming op de juiste plek. De bewoner wordt in de app gevraagd, voordat er iets te zien is, en kan weigeren. Zonder die stap komen er geen meetwaarden in beeld.
- Meldingen en berichten. Een afwijkend patroon bereikt de bewoner op de plek waar hij zijn gebouwberichten toch al leest, en niet in een mail die niemand opent.
- De beheerkant. Meldingen, aannemers, documenten en rapportage voor de beheerorganisatie, in hetzelfde systeem.
Los van elkaar stelt geen van beide veel voor. Een bewonersapp zonder verbruiksdata is een meldingensysteem. Gemeten verbruik zonder route naar de bewoner is een grafiek in een dashboard waar niemand op inlogt. Samen zorgen ze ervoor dat een variabele afrekening geen verrassing meer is.
Van meter naar telefoon, in vier stappen.
Eén API-integratie, één keer ingericht per portefeuille. Daarna draait het zonder dat iemand er nog naar omkijkt.
Uitschieters vroeg in beeld
Een woning die ver boven de buren uitkomt, heeft een lopende kraan, een kapot apparaat of een verwarming die blijft doordraaien. Alle drie zijn in week één goedkoper te verhelpen dan in maand drie.
Minder discussie bij de afrekening
Een getal dat een bewoner de hele periode heeft zien oplopen, komt bij de afrekening zelden hard aan. Het gesprek gaat dan niet meer over of het klopt, maar over waar het vandaan komt.
Geen tweede systeem om te beheren
Het team werkt in AIRE. Rhino zit erachter. Verbruiksdata toevoegen levert geen extra login op, geen training en geen tool die iemand vergeet te gebruiken.
De integratie is één API, geen project. Rhino koppelt de meters die al in het gebouw hangen en AIRE neemt de datastroom af. Geen apart bewonersportaal, geen invoerwerk en geen maandelijkse export die iemand moet aansluiten.
Hun verbruik, terwijl ze er nog iets aan kunnen doen.
Waar utiliteiten worden afgerekend op werkelijk verbruik, draagt de bewoner een kostenpost die hij pas ziet als de afrekening op de mat ligt. Het verbruiksoverzicht haalt dat gat weg. Het zit in de app van het gebouw zelf, naast de onderhoudsknop die hij al kent.
Het verbruik wordt per utiliteit getoond, over een periode die de bewoner zelf kiest, afgezet tegen dezelfde periode ervoor. Een maand die uit de pas loopt is in week één zichtbaar en niet pas bij de afrekening, dus er valt nog iets aan te doen.
Schermen uit de Domūs-app in de Amsterdamse Houthaven, gebouwd op AIRE, met verbruiksdata van Rhino.
Het verbruiksoverzicht dat bewoners openen. Per utiliteit, per periode, afgezet tegen de periode ervoor.
Data die aankomt bij de persoon die het getal kan veranderen.
Monitoring aan de beheerkant vertelt je dat een gebouw te veel heeft verbruikt. Het vertelt de bewoner niets, en de bewoner is degene die het raam open laat staan.
Geen nieuwe app om te introduceren
Het verbruiksoverzicht zit in de app die bewoners toch al openen voor pakketten, meldingen en gebouwnieuws. Gebruik is geen campagne, want er valt niets te installeren.
Storingen worden zichtbaar als verbruik
Een lopende kraan, een defecte boiler of een verwarming die blijft doordraaien laat zich als verbruikspatroon zien, ruim voordat er een melding of een opgeblazen factuur komt. Zowel de bewoner als de beheerorganisatie ziet het.
Afrekeningen die standhouden
Variabele utiliteitskosten worden afgerekend op meetwaarden in plaats van op een schatting met een verdeelsleutel. Bewoners hebben het bedrag de hele periode zien oplopen, dus de afrekening bevestigt iets in plaats van het aan te kondigen.
Toestemming waar de bewoner al is
De app vraagt het voordat er verbruik in beeld komt, en de bewoner kan zijn toestemming intrekken. De toestemming zit op dezelfde plek als de data, en dat is precies waar een bewoner ernaar zoekt.
Dezelfde data voedt de rapportage
De meetwaarden achter het bewonersoverzicht zijn dezelfde als die achter de portefeuillerapportage. Eén koppeling bedient bewonersbetrokkenheid, doorbelasting en het verbruiksbewijs waar EPBD- en CSRD-werk op steunt.
Portefeuillebreed, lage CAPEX
Rhino koppelt de meters die al in elk gebouw hangen, software als eerste en hardware alleen waar het nodig is. Dit uitrollen over een woningportefeuille vraagt geen vervanging van de bemetering.
Woningbeheer, in één platform.
AIRE is een cloudgebaseerd beheersysteem voor woningvastgoed: onderhoudsmeldingen, communicatie met bewoners, reserveringen van voorzieningen, documenten en portefeuillerapportage op één plek, met een white-label app voor elke bewoner.
AIRE is in Nederland gebouwd voor de Europese markt en bedient verhuurders en assetmanagers die gebouwen willen toevoegen zonder administratieve fte's toe te voegen. De bewonersapp is volledig te voorzien van eigen huisstijl, dus bewoners zien de naam van het gebouw en niet die van een softwareleverancier. Rhino is een van de integratiepartners, naast systemen voor toegangscontrole, connectiviteit en facilitair beheer.
Bekijk airepms.comEerst toestemming, dan verbruik
De meetwaarden van een bewoner komen pas in de app als hij daar akkoord heeft gegeven. De toestemming wordt in context gevraagd, kan worden geweigerd en kan worden ingetrokken. Rhino levert de meetwaarden, AIRE beheert de toestemming.
AIRE x Rhino, uitgelegd.
Draai je AIRE?
Zet echt verbruik in de app.
Rhino koppelt de meters die al in je gebouwen hangen en levert het verbruik per woning rechtstreeks aan AIRE. Boek een demo, dan beoordelen we je bemetering in de eerste sessie.